Honderd jaar geleden raakte België betrokken in een oorlog waarmee het eigenlijk niets te maken had. Toen heel wat landen in augustus 1914 met elkaar in oorlog geraakten, wilde het Duitse leger ons land gebruiken als doorgang voor hun troepen op weg naar Frankrijk. Ze wilden vlug Frankrijk verslaan om zich dan met volle kracht tegen Rusland te keren.
De Belgische koning Albert I weigerde doorgang te verlenen. Vanaf dat moment beschouwde Duitsland België eveneens als vijand.
In een numerieke verhouding van ongeveer één tegen zes, maar in een materiële krachtsverhouding van zeker één tegen tien, kon België het machtigste leger ter wereld niet tegenhouden. Ondanks pittig verweer bij o.a. Luik, Namen, Halen, Tienen en Aarschot moesten de Belgische divisies zich na nog geen drie weken terugtrekken tot binnen de buitenste fortengordel van Antwerpen. Daar waren zij (voorlopig) veilig, want het Duitse leger maakte een zwenking naar het zuidwesten om Frankrijk in de rug aan te vallen. Ze leken op weg naar een zekere overwinning. Want de Fransen en Britten hadden niet in de gaten dat ze met dubbel zoveel manschappen onderweg waren als verondersteld.
Dan hakte het Belgische leger bij verrassing tot twee keer toe zwaar in op de Duitse rechterflank (van 25 tot 28 augustus en van 9 tot 13 september). Hierdoor was Duitsland genoodzaakt om troepen achter te laten die ze eigenlijk nodig hadden om het Franse en het Britse expeditieleger te verslaan.
Toen het Duitse leger onverwacht werd afgestopt aan de Marne, dreigde voor hen een langdurige oorlog op twee fronten. Daarom wilden zij eerst korte metten maken met dat Belgische leger dat hun flank bleef bestoken. Heel zware belegeringsartillerie werd aangesleept en tegen eind september opgesteld in Heist-op-den-Berg, Keerbergen, Hofstade, Hever, Elewijt, Boortmeerbeek en Zemst-Laar. Bedoeling was om de forten en schansen die de Belgische troepen bescherming boden in puin te schieten. Ze hoopten ook het Belgische leger in één klap te verslaan en zo België te bezetten.
Op 27 september 1914 begon de beschieting van Mechelen. Een dag later volgde gericht en moordend artillerievuur op de forten. Ze viseerden vooral sector 3 (van Walem tot Lier) om een doorbraak te forceren. Sint-Katelijne-Waver lag dus vlak in de vuurlijn. Mechelen gaf zich op 28 september over aan de Duitse bezetter.
Voor, tussen en achter de forten en schansen waren overal loopgraven aangelegd. Van daaruit probeerden de Belgische soldaten het Duitse leger zo lang mogelijk tegen te houden. Het eigen geschut vanuit de forten zou hen daarin moeten steunen. Dat eigen geschut schoot echter letterlijk te kort om de zwaarste Duitse artillerie te bedreigen.
Tussen 25 september en 2 oktober vond de slag om sector 3 van de buitenste fortengordel plaats en tussen 3 en 6 oktober de slag om de Nete.
Tegen 1 oktober was het grootste deel van de Belgische kanonnen in de forten en schansen van sector 3 uitgeschakeld. Duitsland zette dan met grondaanvallen hun eindoffensief in. Enkele stormaanvallen van hun infanterie werden nog afgeslagen, maar ondanks dapper verweer van de verdedigers werden wat later de forten toch overmeesterd.
Tegen 5 oktober was het laatste fort gevallen (Broechem) en de troepen aan de Nete werden teruggeslagen. De weg naar Antwerpen lag nu open voor het Duitse leger. Het gros van het Belgische leger had zich nog in alle haasten westwaarts uit de voeten kunnen maken. De zware beschieting van de vesting Antwerpen en de inname van de stad op 10 oktober had Duitsland ondanks al hun zware inspanningen finaal niet meer gebaard dan een dode muis.
De Katelijnse Kwade Week in een notendop
26 en 27 september: Beschieting van Mechelen. Belgische voorposten houden de wacht aan de Vrouwvliet en aan de Putsesteenweg. In het centrum van Katelijne vallen enkele verdwaalde granaten.
28 september: Zware Duitse artillerie beschiet de fortenlijn. Belgische troepen van het veldleger moeten wijken tot achter de fortengordel en de Nete. Onze-Lieve-Vrouw-Waver, Katelijne- Centrum en Elzestraat lopen zware schade op. Fort Midzelen incasseert als eerste fort rond Antwerpen zware 420 mm granaten.
29 september: Fort Midzelen is al zwaar beschadigd en kan nog amper terugvuren. Er vallen heel wat doden. Het Duitse leger rukt op tot het centrum van Onze-Lieve-Vrouw-Waver. Burgers slaan op de vlucht. De schansen Dorpveld en Bosbeek worden gericht beschoten. De eerste granaatinslag in Dorpveld om 15.01 uur maakt meteen vijf dodelijke slachtoffers.
30 september: Toestand forten en schansen precair. Vele doden in de loopgraven. Fort Midzelen niet meer operationeel. Zware brand. Spoorwegbruggen over de Nete worden ondermijnd.
1 oktober: Duitse stormaanvallen op schans Dorpveld en Bosbeek. Het Duitse leger neemt bezit van fort Midzelen, waar de brand inmiddels grotendeels is gedoofd.
2 oktober: Schans Dorpveld laat het gros van zijn manschappen ontsnappen en geeft zich om 6 uur over. Later op de dag staakt ook de schans van Bosbeek het verweer. Fort Walem valt die avond om 17 uur. De spoorwegbruggen over de Nete worden om 20 uur opgeblazen.
3 oktober: Fort Duffel valt. Het Duitse leger staat in hele sector 3 aan de Nete.
4-5 oktober: Fort Kessel valt.
5-6 oktober: Fort Broechem valt. In de nacht van 5 op 6 oktober slaagt het Duitse leger erin ter hoogte van Lachenen de Nete over te steken. Daarbij vallen 300 Belgische soldaten, die er de basis vormen voor het militair kerkhof.
6 oktober: Fort Breendonk valt. Het Duitse leger kan weldra via de hele openliggende sector bezit nemen van Antwerpen. Het gros van het Belgische leger ontsnapt.
